Peter Timmermans komt oorspronkelijk uit Riel. Van 1998 tot 2002 studeerde hij geografie aan de Universiteit van Utrecht. Na zijn studie werkte hij een paar jaar als freelance geograaf in Duitsland en Italië. Aanvankelijk kon hij zich met inhoudelijk onderzoek bezighouden, wat hem goed afging. Maar later kregen door gebrek aan mankracht managementtaken steeds meer de overhand. Hierdoor liep hij volledig vast. Eind 2004 keerde hij noodgedwongen terug naar Nederland, waar hij tot op heden geen gepast werk heeft kunnen vinden. Door de frustraties die dat opriep, raakte hij depressief en kwam hij in de GGZ terecht. Daar constateerde men een jaar geleden een lichte stoornis in het autistische spectrum, een milde vorm van het syndroom van Asperger.
Daarmee vielen voor hem veel dingen op hun plaats. Al in zijn jeugd was Peter anders dan anderen. “Er kon toen echter nooit een duidelijke diagnose gesteld worden. Wel zat ik op het speciaal onderwijs, omdat ik ontwikkelingsproblemen had en moeilijker communiceerde dan anderen.” Het label ‘Asperger’ is echter niet in alle opzichten op hem van toepassing. “Ik vertoon bijvoorbeeld wél emoties, heb gevoel voor humor en ben creatief.” In andere opzichten valt hij echter wel binnen het standaardpatroon. “Ik heb bijvoorbeeld moeite met het organiseren en structureren van taken en doelen. Ook het schakelen tussen verschillende bezigheden vind ik erg moeilijk. Zo vind ik het erg vervelend als de telefoon gaat terwijl ik aan het tekenen of ontwerpen ben.”
Druk gezelschap vindt Peter ook niet prettig. “Gisteren bezocht ik een expositie van beeldende kunst waar het erg druk was. Mijn hoofd knapte zowat en ik werd bijna psychotisch. Na tien minuten was ik alweer weg.” Toch leveren dit soort bijeenkomsten hem lang niet altijd problemen op. “Meestal zorgen allerlei acts en voordrachten voor structuur. Ook is het doorgaans wat rustiger; je loopt er niet over de koppen. Zo raak ik makkelijker met mensen in gesprek. Voor mij is het belangrijk om een goed gesprek aan te kunnen knopen. Dat biedt structuur en geeft me rust, en dan kan ik het zelfs bij grote drukte uithouden. Ik moet een basis hebben waarop ik kan voortbouwen; anders voel ik me verloren.”
Rechttoe-rechtaan
Ook in het verkeer dreigt voortdurend het gevaar van overprikkeling. “Veel verkeersborden zie ik simpelweg over het hoofd, en plaatsen waar de kans op onvoorziene gebeurtenissen groter is, merk ik meestal te laat op. Ik heb een hekel aan onoverzichtelijke wegenpatronen, zoals bij winkelcentra als het Wagnerplein. Hier stikt het niet alleen van de gelijkwaardige kruisingen, maar ook heb je nog tal van inritten, zebrapaden en dergelijke. Ik mijd die plaatsen zelfs met de fiets het liefst. De ringbanen daarentegen vormen geen enkel probleem. Je rijdt gewoon rechttoe-rechtaan, en hoeft alleen bij de verkeerslichten extra op te letten. Belangrijk zijn vooral eenduidige verkeerssituaties. Zo zouden op alle rotondes steeds dezelfde voorrangsregels moeten gelden en zouden er zo min mogelijk gelijkwaardige kruisingen moeten zijn. Ook ben ik een groot voorstander van gescheiden fietsstroken.” Peter rijdt zelf trouwens geen auto. “Ik heb mijn rijbewijs wel gehaald, maar met veel moeite. Als ik een auto zou kopen, zou het waarschijnlijk een automaat worden.”
Overigens kent Tilburg volgens hem enkele gevaarlijke verkeerssituaties. Hij noemt onder meer het onoverzichtelijke kruispunt Bisschop Zwijsenstraat-Varkensmarkt, het punt waarop je vanuit de Korvelseweg de Trouwlaan inrijdt, en de toerit vanaf de Baroniebaan richting A58 en Ringbaan Zuid. Het punt waar de fietsroute de Beukenstraat kruist noemt hij zelfs “levensgevaarlijk”. Regelmatig vinden daar bijna-aanrijdingen plaats, doordat automobilisten de voorrangssituatie verkeerd inschatten. Toch gebeurt er volgens Peter ook veel goeds in Tilburg. “De aanleg van de tangenten is een heel verstandige beslissing geweest. Niet alleen worden zo de bedrijventerreinen beter bereikbaar en dus aantrekkelijker voor bedrijven, maar tevens wordt de stedelijkheid van Tilburg versterkt. De stad wordt steeds meer tot verkeersknooppunt in plaats van dat je er alleen maar voorbij rijdt.”
Ook de verbreding van het Wilhelminakanaal en de opwaardering van de weg tussen Tilburg en de A27 bij Oosterhout vindt hij cruciale infrastructurele investeringen. Peter juicht verder het hoogbouwbeleid toe dat de gemeente Tilburg de laatste jaren voert. “Met de realisatie van onder meer het Interpolisgebouw, de Westpointtoren en de Stadsheer krijgt Tilburg stilaan een skyline die bij een stad van 200.000 inwoners past. Het is te hopen dat zo in de toekomst meer hoogwaardige dienstverleners voor Tilburg zullen kiezen.” Ook het belang van de uitbouw van de universiteit en van het stadscentrum mag volgens hem niet worden onderschat.
Weg van Heidi
Omdat het Peter niet meer lukte om gepast werk te vinden, stortte hij zich op zijn oude hobby: striptekenen. “Al vanaf mijn achtste schreef ik verhalen, en op mijn twaalfde ben ik begonnen met het tekenen van strips. Ik zat net op de middelbare school, en een klasgenoot maakte strips. Dat maakte zo veel indruk op me, dat ik zelf ook begon met striptekenen. Ik kreeg er meteen plezier in, al was het eerst wel flink oefenen. Vanwege mijn handicap nam ik in eerste instantie mensen in mijn strips op die ik als vrienden zag. Ook idealiseerde ik mijn eigen situatie in mijn strips: dat ik goede sociale vaardigheden had, dat alles goed ging en zo. Later heb ik dat losgelaten. Waarschijnlijk had dat te maken met het feit dat ik in dit opzicht steeds meer bevrediging vond.” Sinds 1985 heeft Peter zo’n 400 pagina’s strips getekend. “Alleen in de periode 1991-1999 heb ik niet getekend. Dat was in mijn studententijd; toen had ik het veel te druk met uitgaan. Maar toen ik tegen het eind van mijn studie de draad weer oppakte, ging het al meteen weer goed.”
Zijn belangrijkste strip, ‘De Gapscene’, speelt zich af in het Zuid-Duitse Garmisch-Partenkirchen (in de volksmond ‘Gap’). Hoofdpersonen zijn Peter, Sabine, Helmut en Frau Stangl. Overigens is Peter, de hoofdpersoon in de strip, niet hetzelfde als de tekenaar Peter; het is slechts een naamgenoot. De strip is gebaseerd op diverse inspiratiebronnen uit zijn jeugd. “Een daarvan was de tekenfilmserie Heidi, die begin jaren tachtig op tv kwam. Ik was daar als kind helemaal weg van. Vooral het idyllische en geborgene dat deze serie uitstraalde fascineerde me. Een andere serie waar ik helemaal aan verslingerd was, was ‘The secret valley’, een Australische jeugdserie over kinderen die een vakantiekamp runnen in een verlaten mijnstadje.” Niet alleen de tv, maar ook het dagelijks leven zorgde voor inspiratie. “Als er één plaats is waar je mensen ontmoet met aparte karaktertrekken en vaardigheden, is het wel het speciaal onderwijs. Dat moet overigens niet verkeerd worden uitgelegd; ik kijk heel positief terug op mijn tijd in het speciaal onderwijs.
Tot slot is ook de stad Garmisch-Partenkirchen altijd een belangrijke inspiratiebron geweest. Rond mijn elfde ging een vriendje van mij daar vaak op vakantie en vertelde mij er vaak over. Toen ik foto’s van Garmisch-Partenkirchen zag, werd ik op slag verliefd op die stad.” Later, toen hij 27 was, vestigde hij zich een tijd in deze stad. Voor zijn studie geografie onderzocht hij de ontwikkeling van deze stad en knelpunten die zich daarbij voordeden. Peter sluit niet uit dat hij zich ooit definitief in Garmisch-Partenkirchen vestigt.
Vervlakking en verschraling
Peter zou in de toekomst graag weer als geograaf of planoloog gaan werken, eventueel op freelancebasis. De wijze waarop de arbeidsmarkt op dit moment functioneert, vormt volgens hem daartoe echter een grote blokkade. “Bij werving en selectie worden commerciële en communicatieve vaardigheden overgewaardeerd. Iemand die aangenomen of ingehuurd wordt, moet bij wijze van spreken gisteren al geld opbrengen. Vakkennis is volledig ondergeschikt geworden aan managementkwaliteiten. Oud-studiegenoten van mij die weinig emotionele binding met de inhoud van de studie hadden, hebben allemaal een redelijke tot goede baan gevonden. Maar zij die zich werkelijk voor de inhoud interesseerden, dolen zowat allemaal in het uitzendcircuit rond of zijn zelfs werkloos. Zo wordt niet alleen veel kennis weggegooid, maar ook veel economisch potentieel. Wie de geschiedenis kent, weet dat de meeste grote uitvinders ook geen praters waren, maar wel veel inhoudelijke kennis bezaten.”
Maar de meeste moderne managers lijken daar helemaal aan voorbij te gaan. “Ik las laatst een artikel van een hoogleraar economie waarin werd beschreven dat de laatste tien à vijftien jaar het Europese managementmodel geleidelijk heeft plaatsgemaakt voor het Angelsaksisch managementmodel. De inhoud van dit artikel sluit goed aan bij mijn eigen ervaringen en visie. Organisaties zijn niet alleen platter geworden, ook is de scheiding tussen inhoudelijke en organisatorische taken verdwenen. Medewerkers moeten tegenwoordig goede communicatieve, organisatorische én inhoudelijke kwaliteiten hebben. In de jaren ’90 dacht men dat de efficiency zo zou toenemen – maar het tegendeel blijkt het geval. Al het bellen, e-mailen en vergaderen kost zo veel tijd, dat mensen nauwelijks meer aan werken toekomen. Dat gaat niet alleen ten koste van de kwaliteit. Doordat allerlei onnodig dure controlemechanismes nodig zijn om het verlies aan efficiency en kwaliteit te compenseren, verdwijnt ook het plezier in het werk. Werknemers voelen voortdurend de hete adem van een manager of chef in hun nek.”
Met name door dit soort ontwikkelingen zijn mensen zoals Peter zelf in de verdrukking gekomen. “De laatste tien jaar lijken autisten en andere mensen die net wat minder ‘commercieel’ zijn ingesteld, compleet van de arbeidsmarkt weggeconcurreerd te zijn. De arbeidsmarkt biedt hen eigenlijk geen perspectief meer; ze zijn uitgerangeerd. Vervlakking en verschraling beheersen de huidige samenleving. Je mag niet meer bevlogen raken.”
Grijstinten
Voorlopig gaat Peter dus maar zijn eigen gang. Naast zijn parttime baan houdt hij zijn geografische en planologische kennis up to date en tekent hij veel strips. Om die beter aan de man te brengen, werkt hij aan een persoonlijk communicatieplan. “Wanneer je een stoornis in het autistisch spectrum hebt, kost zoiets erg veel moeite. Temeer daar ik me toch het liefst bezighoud met zaken zoals tekenen of ontwerpen.” Toch zijn de ontwikkelingen niet ongunstig. Zo heeft Peter in Duitsland destijds zo’n honderddertig exemplaren van zijn strips verkocht, en momenteel verkoopt hij er elke week wel een paar. Sinds kort zijn er bij boekhandel Livius en striphandel De Stripfanaat ook ansichtkaarten van zijn strip te koop. Ook elders timmert Peter aan de weg. Zo gaat Rondom, de wijkkrant van Goirke-Hasselt, een speciale versie plaatsen van ‘De Gapscene’. De vier hoofdfiguren komen daarbij naar Tilburg, vanwege een scholenuitwisseling. Peter is nog in onderhandeling met de Eigenwijzer, de buurtkrant van de Noordhoek. “Als veel mensen zien dat ‘De Gapscene’ het lezen waard is, komt de rest vanzelf”, merkt hij strijdlustig op.
Bij dat alles kijkt hij niet op een uurtje werk meer of minder. “Pas kreeg ik de tip om mijn strips in te vullen met grijstinten. Zo wordt het voor een uitgever aantrekkelijker om ze uit te geven. Dat invullen kost me anderhalf tot twee uur per pagina. Als ik acht uur per dag werk, kan ik in anderhalve maand al mijn stripboeken zo inkleuren. Ik heb het hele jaar nog geen vakantiegeld opgenomen, dus de financiële ruimte heb ik. En mocht ik onverhoopt geen uitgever kunnen vinden, dan heb ik genoeg geld om mijn strips zélf te kunnen uitgeven.”
Meer weten over de Gapscene? Bezoek dan de speciale website.

