Frans van Weegberg ging begin jaren tachtig sociologie studeren aan de Tilburgse universiteit (toen nog Katholieke Hogeschool Tilburg geheten). In 1984 merkte hij voor het eerst psychische problemen op. “Ik wist niet wat ik met het leven aanmoest, en ook mijn sociologiestudie beviel me helemaal niet. Ik dacht: voor wie doe ik dit eigenlijk? Het was zo abstract en stond zo ver van het leven af.” Hij liep eerst een tijdje bij de studentenpsycholoog, daarna had hij twee jaar lang een therapie bij de GGZ.

De laatste twee jaar deed hij weinig meer aan zijn studie. Om geen eeuwige student te worden, staakte hij in 1986 de studie. Na een tijdje gewerkt te hebben bij Coca Cola in Dongen, volgde hij via het PION-project een omscholing voor hooggeschoolde werklozen. Hij werd vervolgens aangenomen als systeembeheerder bij Fokker in Amstelveen. Het werk beviel goed, al had hij geen ervaring met computers. Helaas kon hij de hoge verwachtingen niet waarmaken, ook omdat hij niet echt ‘€˜feeling’ had met het werk. Na anderhalf jaar werd hij ontslagen. Dat gaf psychisch een grote klap, want hij zag zelf juist een mooie carrière in het verschiet liggen.

Geen druppel meer

Na een paar jaar vrijwilligerswerk bij café Theseus kreeg hij via de banenpool een drietal betaalde banen. Van 1992-1999 was hij assistent-bedrijfsleider bij muziekcafé Paradox, waar hij muziek programmeerde en groepen contracteerde. In 1998 liep Frans echter helemaal vast en werd hij depressief. “Mijn omgeving gaf wel signalen dat het niet goed met me ging, maar zelf had ik dat niet in de gaten. Ik kreeg toen te horen dat ik er eens uit moest. Ik kreeg gesprekken met een GGZ-therapeute, maar na een jaar zei ze dat ik er maar mee moest zien te leven. Dat vond ik waardeloos. Ik dacht: wat heb ik daar nu aan?”
Lange tijd was Frans ook alcoholist. “Ik voelde me emotioneel altijd leeg en was erg onzeker. De uitdrukking ‘€˜met zijn ziel onder zijn arm lopen’ lijkt wel voor mij uitgevonden. Om mijn problemen te verdoven, dronk ik vanaf mijn zeventiende wel 20 glazen bier per dag. Maar al dat drinken ging me tegenstaan; daarom drink ik sinds 1999 geen druppel meer.”
Na Paradox werkte hij eerst voor parochie De Schans en daarna voor een adviesbureau dat zich helemaal toespitste op het energielabel voor huizen dat in die tijd werd ingevoerd. Maar omdat dat niet verplicht werd gesteld, kwamen er veel minder opdrachten binnen dan verwacht. In 2005 ging het bedrijf zelfs failliet en zat Frans weer werkloos thuis. Toen ging het bij hem ook weer mis. “Ik voelde me steeds slechter, kreeg last van hyperventilatie en duizeligheid. Ik deed allerlei soms zweverige therapieën naast elkaar, zoals bio-energetica, acupunctuur, Neuro-Emotionele Integratie (NEI) en energietherapie. Ze werkten echter geen van allen voor mij. Bovendien kreeg ik te horen dat solliciteren voor mij geen zin had. Ik was zo onzeker, dat ze het bijna aan me konden ruiken; daarom moest ik eerst maar aan mezelf gaan werken.”

Je hele ziel openleggen

Uiteindelijk werd hij doorverwezen naar De Viersprong (een psychotherapeutisch centrum in Halsteren), waar hij in november 2009 begon met IKDP (Intensieve Kortdurende Dynamische Psychotherapie. Gedurende zes à negen maanden werken mensen die zijn vastgelopen in hun leven hier zeer intensief aan hun psychische problemen. (In tegenstelling tot andere therapieën, die vaak jarenlang duren zonder dat die effect hebben.) “De reden daarvoor was dat ik moeilijk bij mijn emoties kon komen. Het was een heel zware therapie, want je wordt niet geholpen, maar moet jezelf ontdekken. Anders zou ik met de armen over elkaar denken: help me maar. Eens in de twee weken heb je anderhalf uur psychotherapie. De rest van de groep zit erbij en luistert mee, waarna de therapeuten en de groepsgenoten ermee aan de slag gaan. Voor mij is dat heel confronterend en heavy. Ik heb de neiging om me te verstoppen, maar daar moet je je hele ziel openleggen. Want anders werkt de therapie niet en kun je net zo goed naar huis gaan. Zelf kreeg ik te horen dat ik meer dingen moest aangaan en meer risico’s moest nemen. Dankzij de IKDP ben ik nu minder somber en opener. Ik blijf minder in negatieve dingen hangen en probeer prettiger in het leven te staan. Ook word ik me steeds meer bewust van zichzelf. Dat zijn drie elementen: herkennen, erkennen en doorpakken. Ik zit nu in een vervelend stukje van mijn proces, waardoor ik niet zo goed in mijn vel zit. Zo ontdek ik veel dingen van mezelf, zoals mijn angsten. Ik heb een constante onderstroom van angst, gecombineerd met acute paniekaanvallen. Ook ontdekte ik dat ik niet goed kan functioneren op het werk en dat ik nooit dingen goed heb afgemaakt.”
In de loop der tijd heeft Frans verschillende diagnoses gekregen, zoals een ontwijkende persoonlijkheid en een afhankelijke persoonlijkheid. Ook is hij ooit bestempeld als passief-agressief. “De kwaadheid die ik voel op iemand anders, richt ik steeds naar binnen. Sommige mensen exploderen als ze kwaad worden, maar ik implodeer juist. In de therapie heb ik echter geleerd om mijn kwaadheid beter te uiten en eerst na te vragen of het klopt wat ik denk. Dat gaf echter helemaal geen opluchting; het werd eerder een anticlimax. Veel psychiaters denken dat ik emotioneel verwaarloosd ben, of een traumatische ervaring heb weggestopt. Maar zelf denk ik eerder aan een familiepatroon. Mijn moeder was emotioneel ook erg teruggetrokken en hing de clown uit. Dat laatste heb ik ook van haar geleerd, als een soort verdedigingsmechanisme.”

Triviant in één beurt uit

Momenteel zit Frans in de WIA, wat de kans biedt om verder aan zijn problemen te werken. Hij werkt nu als vrijwilliger bij de Infodesk van het RSC-GGZ, en dat werk bevalt hem wel. Hij hoopt dat het kan worden omgezet in een betaalde Melkertbaan.
Ondertussen zit het hem op het relationele vlak niet mee. De vrouw met wie hij sinds 2000 een relatie had, is anderhalf jaar geleden van hem gescheiden omdat ze niet goed tegen alle problemen kon. Uit deze relatie heeft hij nu twee zoontjes. “De oudste heeft het syndroom van Asperger; daar herken ik veel van mezelf in. Mede daardoor slaap ik nu heel slecht.” Gelukkig staan daar genoeg positieve eigenschappen tegenover. “Zo heb ik een groot rechtvaardigheidsgevoel. Ook ben ik (net als mijn zoontjes) hoogbegaafd – al heb ik moeite om iets uit een boek van buiten te leren en kan ik niet eens een band plakken. Maar bij de toelatingstest voor PION had ik een zeer hoge score van gemiddeld een 10, en op de Viersprong wist ik zelfs ooit een Triviant-spel in één beurt uit te maken.” Tel uw zegeningen!

 

Be Sociable, Share!