Officieel heb ik het stickertje ‘arbeidsgehandicapt’. Na een lange, zeer moeizame weg door de hulpverlening en het reguliere arbeidscircuit waarin ik vele pogingen heb gedaan mijn draai te vinden, is de eindconclusie dat ik zelfs niet geschikt ben om voor een organisatie als de Diamant te werken. Ik werk nu twee ochtenden als vrijwilliger in een ecologische tuin die ook een beschermde werkplek is. Dat betekent dat er ruimte is voor ieders wensen, mogelijkheden en beperkingen op lichamelijk en/of psychisch gebied.
Ik voel me op deze plek eindelijk een beetje thuis. Daarnaast heb ik ruimte om op mijn manier iets te doen met mijn talenten op het gebied van muziek, dans en poezie’¦
Ik realiseer me heel goed dat er veel (voor)oordelen zijn naar mensen die om psychische redenen niet betaald kunnen werken. Meestal heeft dat met onbegrip te maken. En meestal verzamelen we mensen om ons heen die ongeveer hetzelfde denken en leven als wij zodat al te moeilijke confrontaties achterwege blijven. Dat doe ik ook. Maar sommige confrontaties zijn onvermijdelijk. Zo heb ik heel lang en heel veel gesprekken gevoerd met instanties die in mijn levensonderhoud voorzien, om duidelijk te krijgen en uitgelegd te krijgen dat ik niet (meer) betaald kan werken. Natuurlijk ben ik daarin ook veel vooroordelen en onbegrip tegengekomen maar niet alleen aan de andere kant van de tafel! De enorme angst om niet begrepen en dus verkeerd beoordeeld te worden creëerde een vijandige en wantrouwende houding van mijn kant. Het is deel van mijn problematiek dat ik erg de neiging heb tegen windmolens te gaan vechten vanuit de stellige overtuiging dat mensen heel vervelende dingen van mij vinden en ik voortdurend mijn bestaansrecht moet bevechten. Als ik me echter tegen mensen, instanties of systemen keer dan keren ze zich ook tegen mij en dan is de ‘zie je wel’- cirkel in mijn hoofd weer rond. Gelukkig begin ik dit soort mechanismen bij mezelf steeds meer te herkennen en doorbreken. Dat heeft veel tijd en investering gekost, van beide kanten van de tafel. Ik heb daarin ook veel steun, begrip en medeleven ervaren van mensen binnen en buiten de instanties. En uiteindelijk ben ik heel dankbaar dat ik nu de vrijheid en de ruimte heb voor mezelf en met hulp een menswaardig leven op te bouwen vanuit mijn mogelijkheden en beperkingen. Zodat ik op mijn manier ‘mee kan doen’. Dat vraagt om samenwerking. Begrip van beide kanten. Je eigen (voor)oordelen herkennen. Je openstellen voor elkaar. Het is geen ideaal. Het kan. Het gaat alleen niet vanzelf en het is niet makkelijk. Maar laten we dat van beide kanten in God’s naam niet opgeven’¦.
Marjelle

