Een op de vijf mensen krijgt in zijn leven psychische problemen. Gelukkig slagen velen erin die problemen te overwinnen. Door openheid over hun verleden kunnen zij voor lotgenoten padvinders zijn. Jan Bergman zoekt al jaren de weg terug.
door Jace van de Ven
“Ik verlies me wel eens in mijn eigen denken,” zegt Jan Bergman. Soms kan de grote man (48) uit Rijen zijn gedachten niet temperen. Ze komen met duizenden tegelijk bij hem op. Jan schrijft gedichten. In de bundel die bij het Kwartiermakersfestival 2005 verscheen, staat van hem deze tekst:
Als een droom
werkelijkheid
wordt
en de werkelijkheid
wordt droom
wat is dan werkelijkheid?
En die tekst zegt precies alles over Jan Bergman zelf. Soms lijkt het of hij hardop zit te dromen, als hij praat.
Dat is niet altijd zo geweest. Hij beleefde een heel normale en gelukkige jeugd in Alphen, deed MAVO, daarna HAVO, ging in militaire dienst, deed één jaar kweekschool, één jaar kunstacademie, één jaar sociale academie. En vervulde daarnaast allerlei baantjes om zijn studie te bekostigen.
En dan, op de Sociale Academie tijdens een college sociologie, begint hij opeens keihard te lachen. Hij kan er niet meer mee stoppen, niet omdat hij het betoog van de docent onzin vindt, maar omdat hij het allemaal niet meer aankan. Het is een abrupte omslag in zijn leven. “Tot dat moment had ik nooit psychische problemen gehad,” zegt hij, “maar daarna ben ik er nooit meer bovenop gekomen.” De eerste 24 jaar van zijn leven gingen min of meer van een leien dakje, daarna volgden er 24 jaar van langere of kortere opnames in tehuizen.
Vanaf 1989 woont hij weer op zichzelf maar staat in contact met het RIBW (Regionale Instelling voor Beschermd Wonen), een instantie die haar cliënten ook helpt bij het vinden van activiteiten overdag. Het laatste jaar woonde Jan Bergman samen met zijn vriendin Crista Konings in Rijen. Maar nu is die vriendin, zelf ook een ex-cliënt psychiatrie, tijdelijk opgenomen, omdat ze een terugval heeft gehad. Ze komt niet meer terug in Rijen, omdat de omgeving daar haar niet op haar gemak stelt, maar Jan Bergman behoudt wel een LAT-relatie met haar. “Want zij brengt structuur in mijn leven”, zegt hij. Om haar te steunen in deze voor haar moeilijke tijd schrijft hij elke dag een gedicht voor haar. “Die gedichten gaan over gevoelens van haar, over hoe ik denk dat zij mij ziet.”
Honderden invallen
Nu Crista bij hem weg is, komt er een andere huisgenoot in het huis waar Jan Bergman woont. Alleen kan hij de huur niet opbrengen. Hij kijkt daar een beetje tegenop, want hij is, wat de artsen noemen ’schizothym’. Dat betekent dat hij erg in een eigen wereld leeft en moeilijk contacten maakt. “Als ze dat maar dikwijls genoeg tegen je zeggen, ga je jezelf ernaar gedragen”, verklaart hij nuchter. Maar hij geeft toe dat hij soms chaotische aanvallen heeft. Dan komen alle gedachten tegelijk opzetten. In een gesprek associeert hij constant. Elk woord roept een andere zijweg op. En die zijwegen schiet Jan Bergman wat graag in. Honderden invallen vallen binnen een paar minuten over elkaar heen. Zo zijn ook zijn gedichten. Rijmwoorden verdringen elkaar en zorgen voor steeds nieuwe invalshoeken. Op het eerste gehoor zijn ze een absolute chaos, pas na enige studie is er lijn in te ontdekken. En Bergman weet het. “Een echt antwoord zal je van mij nooit krijgen”, zegt hij. En aan het eind wendt hij zich in een soort van wanhoop naar de journalist: “Jij hebt me ook nog niet ontdekt, hè. Dat hoop ik nog eens ooit mee te maken, dat iemand me ontdekt.”
Maar al weet hij dat hij nooit meer zo zal worden als voor die bewuste les sociologie 24 jaar geleden, Jan Bergman kijkt vol vertrouwen naar de toekomst. Hij heeft geleerd om stop te zeggen als al te veel gedachten tegelijk op komen zetten. “Ik weet zeker dat ik nooit meer opgenomen zal hoeven worden”, zegt hij. “Ik heb opnieuw structuur gevonden in mijn leven. Op de eerste plaats is dat Crista, maar ook heb ik elke dag een taak gevonden.” Bergman is vaak bezig op het activiteitencentrum Goirle, werkt bij Emmaus, en wandelt met verstandelijk gehandicapten bij Amarant, binnenkort mag hij de minima gaan vertegenwoordigen in de cliëntenraad van de gemeente Gilze-Rijen en over niet al te lange tijd gaat het activiteitencentrum een dichtbundel en verhalenbundel van hem drukken. “Ik ben tevreden,” zegt hij, “vooral dat wandelen met verstandelijk gehandicapten is dankbaar werk.”
(oorspronkelijk gepubliceerd in: Brabants Dagblad, dinsdag 17 oktober 2006)

