Voetbaltoernooi op slotdag festival

Ook dit jaar is het voetbaltoernooi in Oisterwijk een van de attracties van het Kwartiermakersfestival. Het toernooi vindt plaats op vrijdag 7 oktober, wederom in sportpark ‘Den Donk’.

Slotfeest Hall of Fame

Vrijdag 7 oktober van 19.00 tot 1.00 uur: slotfeest in de Hall of Fame met een verrassend en gevarieerd programma. Ontspannen muziek, alsmede een DJ, VJ, theater en lekker eten…

 

“Ik wil geen roem, maar erkenning als vakvrouw”

Tijdens het laatste Kwartiermakersfestival was de Tilburgse kunstenares Yvonne Verstraten een van de exposanten bij ‘Rondje Tilburg’. Haar werk was toen te bewonderen in restaurant ‘Het Huys van Voskens’. Yvonne is een oude bekende, want in de editie 2003 had ze ook al meegedaan aan de expositie ‘Meeting Point’. Voor de rubriek ‘Padvinders’ gaf ze een inkijkje in haar motieven en achtergronden. Een portret van een vakvrouw met geldingsdrang. “Ik wil gewoon lekker aan de slag!”

Yvonne Verstraten is al van jongs af aan bezig met creativiteit. “Ik wilde vroeger altijd al kunstschilder worden. Daar kon je echter je brood niet mee verdienen. Daarom ben ik gaan werken als schoonmaakster en in een slagerij; dus ongeschoolde arbeid.” Bij haar werk wordt Yvonne gedreven door de nodige geldingsdrang. “Ik heb er veel moeite mee dat mensen soms recht in mijn gezicht zeggen dat ik als schoonmaakster helemaal onderaan de maatschappelijke ladder sta, dat ik de laagste in het bedrijf ben. Als ze zoiets tegen me zeggen, denk ik: ik zal later wel eens laten zien wat ik kan!”

Kink in de kabel

Begin jaren negentig wilde Yvonne gaan switchen naar reclametekenaar, omdat ze dacht dat in dat vak de perspectieven op werk beter waren. Na een basisopleiding reclametekenen bij het LOI volgde ze van 1991 tot 1995 de opleiding vormgeving aan het Grafisch Lyceum in Eindhoven (“een heel leuke opleiding”). Zo kon ze de theorie aanvullen met een praktijkopleiding.

Onverwacht kwam er echter een kink in de kabel. In 1995 kreeg ze een zware psychose, en werd de diagnose ‘schizofrenie’ gesteld. Ruim een jaar werd ze in Jan Wier opgenomen. Enkele jaren later volgde nog een opname van een jaar, met daarnaast nog enkele kortere opnames. Daarna vond ze weer de weg omhoog. “Sinds ik in februari 2000 uit Jan Wier kwam, gaat het constant in stapjes omhoog. Irritant is echter wel dat ze bij de GGZ voortdurend op je ziekte hameren, zo van: je bent schizofreen, en je kunt weer een psychose krijgen. Maar ik ben nu al zeven jaar psychosevrij. Ze kunnen wel zeggen dat ik weer een psychose kan krijgen, maar dat vind ik doemdenken. Een gezond mens denkt ook niet elke dag: ‘ik kan morgen misschien wel een been breken’.

Een ander nadeel is dat alles wordt opgehangen aan je ziektebeeld. Alles wordt meteen in het ziekelijke getrokken. Als je een beetje down bent, zegt je psychiater meteen dat je depressief bent. Ben je wat drukker dan normaal, dan heet dat meteen ‘ontregeld’. En als je een keer chagrijnig bent, denken ze meteen: ‘oei, gaat het wel goed? Moet de dosis niet aangepast worden?’ Terwijl ik vroeger ook weleens een dag chagrijnig was. Tot slot gaan ze er ook van uit dat je veel dingen niet meer kunt, en leggen ze vaak de nadruk op je beperkingen als patiënt. ‘Doe maar rustig aan, dan komt het allemaal goed’. Zo stond in een evaluatierapport dat ik niet veel meer kon. Daar hou ik niet zo van, omdat je dan helemaal niet meer wordt gestimuleerd. Daarom heb ik voor mezelf allerlei doelen gesteld. Weliswaar kreeg ik al na mijn eerste psychose allerlei tips over hoe ik weer een normaal leven moest leiden, maar dat deed ik toch al automatisch.”

Ideeën op papier

Yvonne krijgt nu ambulante hulp bij afdeling langdurende zorg van GGZ Midden-Brabant, in de vorm van gesprekken met een therapeut. Ze is weer redelijk stabiel. “Ik heb af en toe nog wel een dipje, maar ik ben niet meer bang voor een terugval.” Wel is er nog iets anders waar ze op moet letten: haar gewicht. “Op mijn veertiende heb ik anorexia gehad. Later, op de havo, werd ik overspannen en zwaar depressief, waardoor ik die opleiding niet heb afgemaakt. Die depressie hing volgens mij ook samen met die anorexia. Ik heb nu nog steeds eetproblemen. Dat kunnen de mensen ook zien: ik word afwisselend dikker én dunner. Voordat ik die antipsychotische medicatie kreeg, was mijn gewicht stabieler. Het schommelde wel wat, maar niet zo extreem als tegenwoordig. Het kan wel eens tien tot twintig kilo schelen. Dat vind ik erg vervelend. Ik kan er niet vrolijk op los leven, want dan schiet mijn gewicht omhoog. Dus moet ik opletten dat ik minder vet en suiker eet en niet te veel snoep in huis haal.”

“Bij alles wat ik doe, denk ik steeds aan doelen en dingen die ik wil bereiken. Als iets me invalt, schrijf ik dat meteen op. Het gaat om ideeën en doelen, of om dingen waar ik al lange tijd naartoe heb gewerkt. Later kijk ik dan of ze wel haalbaar zijn, of dat ik er nog zin in heb.”
Yvonne krijgt bijvoorbeeld ondersteuning van Bureau Maks, in het kader van het PGB (persoonsgebonden budget). Dit bureau biedt ondersteunende en activerende zorg aan mensen met psychosociale en/of psychiatrische problemen. “Iedereen kan dat naar eigen wens invullen. Zelf krijg ik ondersteuning in het toewerken naar een expositie. Dat omvat ook het inlijsten van schilderijen, en het wegbrengen van schilderijen met de auto. Als ik een van mijn doelen heb bereikt, kan ik weer aan wat anders beginnen. Zo kun je steeds wat nieuws uitproberen. Ze bekijken wel eerst wat haalbaar is, maar dat weet je toch pas als je ermee bezig bent.”

Yvonne is zeer te spreken over deze ondersteuning door Bureau Maks. “Ze hebben bijvoorbeeld geregeld dat ik toeslag krijg via een regeling voor mensen die vijf jaar of langer op bijstandsniveau zitten. Zo helpen ze bij allerlei praktische zaken. Daar heb ik zelf het meeste aan. Ik hou niet zo van over gevoelens praten met mijn behandelaar. Daar schiet ik niks mee op. Ik kan wel over emoties praten, maar dan heb ik ze daarna nóg. Ik wil gewoon lekker aan de slag.”

Felle neonkleuren

Daarom stort Yvonne zich weer met liefde op haar grote passie: de kunst. Ze maakt veelal figuratieve kunst, het liefst portretten van mensen. Voor de achtergrond en de kleding gebruikt ze vaak felle, fluorescerende kleuren. “Daar ben ik nogal gek op. Ik hou erg van neonreclame, verlichting in de stad, en dat soort dingen. Schreeuwerige kleuren trekken me heel erg aan. Ik hou ook wel van rust, maar om uren in het bos te wandelen, dat vind ik toch minder. Ik loop liever door de stad.”

Yvonne heeft al twee keer meegedaan met een expositie tijdens het Kwartiermakersfestival: in 2003 en 2006. In 2003 deed Yvonne mee aan de expositie ‘Meeting Point’ in FAXX-Duvelhok aan de Sint-Josephstraat in Tilburg. “Mijn SPV’er Ton Nolten heeft het aan het rollen gebracht. Hij zag mijn talent, en legde contact met iemand van het festival. Zo ben ik er eigenlijk ingerold.” Tijdens de laatste editie van het festival was ze een van de exposanten in restaurant ‘Het Huys van Voskens’. “Het is alleen jammer dat je bij zo’n expositie geen directe reacties krijgt. Ik vind het namelijk belangrijk om te weten wat mensen van mijn werk vinden. Zo heb ik ooit geëxposeerd in het gebouw van GGZ Midden-Brabant aan de Lage Witsiebaan, waarbij bezoekers hun reacties konden opschrijven in een schriftje. Het is leuk om die reacties later nog eens te lezen. Meestal zijn het opmerkingen als: ‘mooi werk’ of ‘leuk’ of ‘ik ken je nog van vroeger en vind het leuk om je werk te zien’. Natuurlijk zitten er ook wat minder positieve reacties tussen. Zo schreef iemand ‘het is mijn stijl niet’, terwijl iemand anders mijn werk zelfs confronterend vond. Maar in ieder geval is het altijd verrassend. Als je zo wat terughoort van mensen die je werk hebben gezien, gaat het wat meer leven.”

Voorheen heeft Yvonne af en toe geëxposeerd bij De Baanbreker. Joep Eijkens schreef over een zo’n expositie ooit een stukje voor zijn rubriek ‘Om de hoek’ in Brabants Dagblad. Hij interviewde enkele betrokkenen, waaronder Yvonne. “Hij schreef dat mijn werk opvallend was, en een eigen denkwereld verraadde. Overigens vroeg ik of hij niet in de krant wilde zetten dat ik psychiatrisch patiënt ben. Want in mijn buurt hoeven ze dat niet allemaal te weten. Ik kan me trouwens nog herinneren hoe ikzelf vroeger ook van die vooroordelen had over psychiatrie. Als ik langs Jan Wier reed, was ik vaak bang – vooral door al die verhalen die ik hoorde. De mensen zeiden: ‘Daar wonen allemaal gekken.’ En er was ook veel protest in de buurt toen het er kwam.”

Door haar eigen ervaringen is Yvonne daar heel anders tegenaan gaan kijken. Ze houdt ook helemaal niet van dat hokjesdenken. “Ik ben ervoor dat we normaal met elkaar omgaan, en dat we niet als patiënten behandeld worden. Je wordt zo vastgehamerd op dat label ‘psychiatrisch patiënt’. Terwijl je na je opname gewoon je normale leven weer wilt oppakken. Ik word er dan ook niet vrolijk van als ik lees dat volgens sommige mensen psychiatrisch patiënten niet in een woonwijk mogen wonen. Dat vind ik nogal heftig.”

Vakvrouw

Kunst is echter niet voldoende om haar brood te verdienen. Om die reden heeft Yvonne vroeger stage gelopen bij een reclamebureau. Ze solliciteerde bij Tilburgse reclamebureaus als RAL (Wilhelminapark) en Van Heertum (Gasthuisring), maar is daar helaas niet aangenomen. Wel heeft ze een promotiemap gemaakt met haar werk, waar ook enkele interviews met haar instaan. Dan moet er wel een knopje om, omdat ze dan van de kunstwereld ineens in de commerciële wereld van de reclame terechtkomt. “Maar ik weet wel hoe ik mijn verhaal moet verkopen. Dan zeg ik iets in de trant van: ‘Ik heb hier een rood vlak gemaakt als tegenwicht voor het zwarte vlak.’ En zo brei je een heel verhaal. Ik vind het wel de grootste onzin, maar je moet wél wat verkopen. In het reclamevak gebruiken ze vaak allerlei dure woorden om bij de ander de indruk te wekken dat ze er verstand van hebben. Maar wat ze willen zeggen is in feite vaak heel simpel. Zo komt een heel betoog over typografie vaak gewoon neer op iets als ‘die letters zijn te groot’. Daar heb ik wel wat moeite mee: die gezwollen taal, die anderen de indruk moet geven dat je er verstand van hebt.”

Vroeger droomde Yvonne ervan om beroemd te worden. Dat ideaal heeft ze echter inmiddels laten varen. “Die psychose verpestte alles; ik heb toen namelijk behoorlijk stomme dingen gedaan. Daarom wil ik nu geen roem meer, maar erkenning. Ik wil gewoon een vakvrouw zijn. Als ze bijvoorbeeld ergens een illustrator of een portrettist nodig hebben, moeten ze meteen aan mij denken. Dat ze weten: als ik Yvonne Verstraten bel, krijg ik waar voor mijn geld. Momenteel kan ik dat nog niet waarmaken, maar dat is wel mijn streven.”

In ieder geval is Yvonne best gelukkig. “Ik ga lekker uit, ik heb vrienden. Natuurlijk heb ik af en toe wel een slecht humeur, maar dan kan ik gelukkig tekenen, dus dat heft zichzelf allemaal weer op.” En af en toe een bemoedigende reactie op haar werk vormt daarbij een prima stimulans. “Ik hoorde pas een reactie van een vrouw die al een hele tijd niet meer geschilderd had, maar die er dankzij mij weer mee was begonnen. Ze zei: ‘ik zag jouw schilderijen, en ik wist meteen weer waarom ik ooit ben gaan schilderen.’ Dat vond ik wel heel leuk.”