Onderstaand ervaringsverhaal is geschreven door kunstenaar Rinus van Doorn. Hij doet uit de doeken hoe zijn ziekte zijn carrière en zijn kunstproductie heeft beïnvloed, en vice versa.
René Hoeben (medewerker van RIBW Midden-Brabant, red.) heeft mij ooit gevraagd om een voordracht te geven over kunstenaarschap en psychiatrische ziekte in mijn geval. Dit leek me voor mij niet gezond, maar er eens over nadenken, het op een rijtje zetten en opschrijven voor anderen leek me wel eens zinvol.
Ik kwam tot een onderscheid in de wederzijdse invloed tussen ziekte en kunst in kunstproductie en kunstcarrière. En dat dus vice versa. Vandaar mijn indeling van het volgende in enerzijds invloeden van de ziekte op productie en carrière en anderzijds invloed van productie en carrière op het ziekteverloop.
Maar ik zal me eerst even kort voorstellen. Ik ben sinds mijn 26ste zelfstandig bezig met schilderen en fotografie, later ben ik ook gaan dichten. Ik tekende sinds mijn 14de ook buiten school. Als 21-jarige kreeg ik tijdens mijn kunstopleiding de eerste symptomen, van naar wat later een schizotypische persoonlijkheidsstoornis bleek te zijn. Ik ben nu 44.
Invloeden van de ziekte op de productie
Mijn problemen hebben me gedwongen de academie te verlaten. Ik kon toen niets meer maken, laat staan naar de academie komen. Ik heb twee jaar niets gemaakt, behalve een geboortekaartje voor de zoon van mijn zus. Dit waren de jaren van psychotische depressie.
Na een behandeling in een psychotherapeutische gemeenschap had ik een productieve periode van vier jaar, omdat ik overal meer zin in had. De discipline om te werken wilde ik na die vier jaar niet meer opbrengen en ik werkte alleen als ik zin had. Ik ging me met andere dingen buiten de kunst bezighouden zoals sterrenkunde, en kraaien en raven. Dit deed me goed: er was meer dan alleen de kunst, zo bleek.
De ziekte en een vreemd beeld van het kunstenaarschap leidden tot tien jaar overmatig alcoholgebruik in de negentiger jaren. Dat zorgde aan de ene kant soms voor creativiteit maar uiteindelijk leidde het tot passiviteit. Stoppen met het drinken van alcoholische drank leidde echter niet tot meer productie, maar ik hield wel meer geld over om materialen te kopen. Ik ging bijvoorbeeld reeds opgespannen en geprepareerde doeken kopen en kon mijn werk laten inlijsten, wat ik voorheen zelf deed.
Ik heb qua productie een vreemde weg om tot werk te komen waar invloeden van de ‘ziekte’ niet meer te onderscheiden zijn van ‘gezonde’ inspiratie. Deze manier van inspireren kan succesvol zijn, maar kan ook wel problematisch worden. In het begin was er door de psychose op de academie meer sprake van een eigen wereld in het werk. Inhoudelijk kan ik stellen dat er later door de ‘ziekte’ meer religie en kraaien in mijn werk zijn voorgekomen.
Invloeden van de ziekte op de carrière
De eerste invloed van de ziekte was de overstap van de Tilburgse naar de Bossche academie en de tweede het stoppen met de hele opleiding.
Qua carrière heb ik mijn ambities twee keer bij moeten stellen onder invloed van de ziekte. De eerste keer was in 1986 nadat ik met de academie was gestopt. Nadat ik daarna weer werk ging maken, stelde ik mijn ambities bij op grond van ervaring en wilde en kon ik ook geen grote opdrachten meer doen zoals op de academie, maar liever korte exposities met in vrijheid gemaakt werk. Een deelname aan een expositie nog voor mijn behandeling moest ik uiteindelijk echter afzeggen. Er kwam onverwacht te veel bij kijken zoals een boekje met een eigen bijdrage, naast de inzending zelf. Na mijn behandeling in een psychotherapeutische gemeenschap bleken mijn problemen met exposeren te overwinnen te zijn. Ook werd vaak op een lager niveau geëxposeerd. Toch stelde ik mijn ambities voor de tweede maal bij, omdat het exposeren toch moeilijk bleef. En zoals ik al schreef wilde ik alleen nog met zin werken en dus ook alleen met zin exposeren.
Nog twee dingen. Ten eerste: het stoppen met alcoholdrinken waar ik het hierboven al over had, zal op de lange duur wel beter zijn voor mijn carrière.
Ten tweede: het verkopen van werk kan wel eens stressvol zijn, onder meer door onduidelijkheid hoe dit met de verschillende instanties afgehandeld moet worden en wat de gevolgen zijn.
Invloeden van de productie op het ziekteverloop
In het begin van de ziekte op de academie kon mijn werk het me wel moeilijk maken.
De meest opvallende positieve invloed jaren later was toen ik na mijn psychotische depressie weer gedisciplineerd aan de slag ging. Het leidde tot een verbetering van mijn situatie in 1988 en daarna. Lang was ik eerst negatief over mijn werk, maar geleidelijk, na vele jaren, werd ik positiever.
Invloeden van de carrière op het ziekteverloop
De academieoverstap in 1984 deed me goed. Echter door een grote opdracht tijdens die tweede academie kwam ik in de problemen en ik verliet die academie na anderhalf jaar. Mijn psychotische depressie begon en ook het bezoek aan de psychiatrie.
De tentoonstellingen die ik na mijn behandeling kon doen, zorgden ervoor dat ik mijn werk kon plaatsen in een groter geheel met vele kunstenaars, zodat ik aan de ene kant niet kon denken dat ik een hele grote was en aan de andere kant toch meer in mijn werk ging geloven, nadat ik het maar al te vaak niks vond en afkraakte door gebrek aan zelfvertrouwen.
Het is gebleken dat ik niet iemand ben van puur kunst, zoals ik dacht voor mijn ziekte. Het is ook gebleken dat ik er niet groot in kan worden als gevolg van mijn psychische handicap. Ik ben iemand geworden van kunst en natuur, geloof en psychiatrie, zo blijkt nu op mijn 44ste. De kunst en een grote carrière daarin is allang niet alles meer.
Rinus van Doorn
(N.B. Rinus heeft ook een eigen website onder de titel “kunst en kraaien”. Je kunt deze site bereiken via deze link: http://members.home.nl/rjvandoorn)

