Een op de vijf mensen krijgt in zijn leven psychische problemen. Daarna is een terugkeer in de maatschappij vaak moeilijk. Toch slagen heel wat ex-cliënten erin. Door openheid over hun verleden kunnen zij voor lotgenoten een soort van padvinders zijn.

door Jace van de Ven

Madeleine Prinsen (54) raakte ooit tot drie keer toe in een psychose. Nu geeft ze voorlichting over psychische problemen en organiseert mee aan het Kwartiermakersfestival dat tijdens week 43 in Midden-Brabant gehouden wordt. Dat festival wil een link zijn tussen de maatschappij en cliënten en ex-cliënten uit de psychiatrie. “Kern van de zaak is dat iedereen behoorlijk in de war kan raken. En kom je eenmaal in de wereld van de psychiatrie, de thuislozenzorg of het gevangeniswezen, dan zit je ook nog met een gigantisch stigma. Dat geeft de omgeving je mee en meestal doe je dat zelf ook. Daarom hebben ex-psychiatrische cliënten iets extra’s nodig van hun omgeving. Die moet hen de ruimte bieden en aangeven dat ze er wel degelijk mogen zijn en mee mogen doen.” Bij haar activiteiten binnen het Regionaal Service Centrum GGZ wil Prinsen het negatieve stigma dat ex-cliënten met zich meedragen doorbreken. “Op opleidingen voor toekomstige hulpverleners laat ik het verhaal van de cliënt horen. Wat gebeurt er als je totaal in verwarring opgenomen wordt binnen de psychiatrie en hoe verschrikkelijk afhankelijk ben je dan van de bejegening van de medewerkers daar. Wat ik niet kon zeggen toen ik zelf cliënt was, kan ik nu pas.” “Ik ben begonnen met trainingen voor GGZ-medewerkers. Hoe kan de bejegening beter? En terwijl ik die trainingen gaf, kwam ik erachter dat ik zelf ook met een stigma worstelde, hoe open ik ook was. Nu help ik in het HEE!-team (dat staat voor Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid) cliënten in de psychiatrie om uit de problemen te komen en anders te kijken naar hun herstel.” Madeleine was de laatste in de rij in een gezin van vijf kinderen. Haar vader stierf toen ze twaalf was. “Ik heb hem altijd gemist, voor en na zijn dood, want hij kon er, ook toen hij nog leefde, niet echt zijn voor ons. Maar bij ons werd ervan uitgegaan dat je bij moeilijkheden de tanden op elkaar zette en doorging. Dat gebeurde zelfs nadat een broer van me enkele zelfmoordpogingen had gedaan. Op een gegeven moment slaagde een poging en nog gingen we door, zonder onze gevoelens te delen, ieder in zijn eigen rol. Ik was de clown.”

Bang

“In die gesteldheid ging ik naar de sportacademie in Tilburg. Ook daar was het: ‘Ergens bang voor? Tanden op elkaar’. Ik leerde steeds meer af om echt iets te voelen. En dat ging door toen ik les ging geven, iets waarin ik me erg onzeker voelde.” Nee, die gymlessen dat was het niet en na elf jaar lesgeven ging Madeleine Prinsen Psychomotorische Therapie studeren. Ze liep stage op Reinier van Arkel in Vught. Na een opleidingsweekend over seksualiteit en intimiteit, besefte ze daar dat ze zelf net zo hard met die zaken worstelde, als de cliënten. “De dag erna ging ik met vrienden op vakantie, maar ik raakte onderweg zo geëmotioneerd dat ze me terugbrachten naar mijn kamer in Tilburg. Daar raakte ik die avond in een psychose. Ik ‘zag’ achter het raam van mijn overbuurman een therapeut die aan mijn familie allemaal dingen over mij uitlegde. Ik sloeg met mijn vuisten door het raam. De overbuurman bracht me naar de EHBO en na overleg met de huisarts brachten vrienden me naar Jan Wier waar ik zes weken op een opnameafdeling kwam.”

Gezonde reactie

Terugkijkend op die eerste collaps, zegt Prinsen: “Een psychose oftewel ‘gek worden’ is een heel gezonde reactie op allerlei ziekmakende en beschadigende oorzaken. O, laat iemand die in een psychose is geraakt, alsjeblief zijn verhaal vertellen, dat is zo helend. En laten de verzorgers de cliënt zoveel mogelijk het gevoel geven dat het zin heeft dat je bestaat. Dat ook jij ertoe doet, dat je erbij hoort.” “Een enorme schaamte en angst overviel me toen ik merkte dat ik in het gekkenhuis zat. Ik ben gek, dacht ik, mijn relatie is over en niks heeft nog zin. Ik raakte in een diepe depressie. Het erge daarvan is dat je denkt dat die nooit over zal gaan. Je loopt over een donker pad, kunt geen contact meer maken, niets is meer de moeite waard, je durft niets meer te hopen en hebt geen enkel gevoel van eigenwaarde meer. Wanhoop! Alleen maar wanhoop, maar gelukkig konden mijn moeder en een vriendin er voor mij zijn, zelfs in mijn diepste wanhoop. En dat is kunst met een grote K, geloof me.” Toen ze na anderhalf jaar redelijk was opgeknapt, ging ze weer voorzichtig aan het werk. Ze durfde weer verliefd te worden en besloot om een jaar later, in 1991 toen ze veertig werd, een groot feest te geven. Daarop nodigde ze ze alle nieuwe en oude vrienden uit. Maar tijdens dat feest raakte ze opnieuw in een psychose, met weer een depressie als gevolg, weer negen maanden uit de running, nieuwe relatie voorbij en weer met lege handen. Toch kwam ze er bovenop. Zo gauw het iets beter ging, werd ze weer actief, ging fietslessen geven aan buitenlandse vrouwen, ontwikkelde daar zelfs een nieuwe methode voor die landelijk aansloeg. En tegen de richtlijnen van de doktoren in, stopte ze met alle medicijnen. “Sindsdien is het alleen maar vooruit gegaan. Ik kan veel beter omgaan met grenzen. Alle gevoelens mogen er van me zijn. Soms heel gelukkig, soms verdrietig, maar sadder and wiser. Nadat ik die diepe put heb gezien, leef ik nu met veel meer graagte. Ik voel dat ik iets kan betekenen en het werken met cliënten is voor mij nog steeds helend. Bij hen zie ik vaak een grote kracht. Ze doen niet wat een groot deel van de wereld doet, hun gevoelens verstoppen. Mijn kwetsbaarheid is mijn kracht geworden en alles wat ik wil, is de cliënten ook hun kracht laten voelen. Ik hoef hen niet te helpen, ik hoef hen alleen bewust te maken van hun eigen kracht.” Momenteel is Madeleine zeker twintig uur per week actief bij GGZ en HEE. Ze geeft studiedagen voor hulpverleners en cliënten in de langdurige zorg. “Op zo’n studiedag neemt een cliënt zijn hulpverlener mee. Naar aanleiding van ervaringsverhalen van beide kanten komen we tot een gesprek over herstel en wat dat voor ieder van hen betekent. Dat werkt, de cliënt moet gehoord worden, dat kan niet genoeg gebeuren. Dus luister ik. Ik weet dat als het ook maar iets slechter met me gegaan was en ik niet zo eigenwijs geweest was en geen ervaringsdeskundigen ontmoet had, ik daar zelf zou zitten, gedrogeerd door al die pillen. Overigens niets ten nadele van hen die het wel overkomt.”

(oorspronkelijk gepubliceerd in: Brabants Dagblad, donderdag 12 oktober 2006)

Be Sociable, Share!