Voetbaltoernooi op slotdag festival

Ook dit jaar is het voetbaltoernooi in Oisterwijk een van de attracties van het Kwartiermakersfestival. Het toernooi vindt plaats op vrijdag 7 oktober, wederom in sportpark ‘Den Donk’.

Slotfeest Hall of Fame

Vrijdag 7 oktober van 19.00 tot 1.00 uur: slotfeest in de Hall of Fame met een verrassend en gevarieerd programma. Ontspannen muziek, alsmede een DJ, VJ, theater en lekker eten…

 

“Al mijn liedjes komen uit een moordkuil van opgekropte dingen”

“Ik balanceer op een zijden draad de rest van mijn leven tegemoet”, zingt multitalent Stefan Pietersen op zijn eerste cd. Maar hoewel zijn journalistieke carrière door persoonlijke problemen in het slop raakte, zit hij geen moment stil. Zijn passies zijn vooral het schrijven en uitvoeren van muziek, en het schrijven van scripts voor films en toneelstukken. Over kromgegroeide schouders, films die tot liedteksten leiden en een ‘writer’s block’ van twee jaar.

Van jongsaf aan had Stefan twee passies: muziek maken en teksten schrijven. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij na zijn middelbare school journalistiek ging studeren. In 1991 liep hij drie maanden stage bij het Brabants Dagblad. Daarbij werkte hij 6 weken voor de stadsredactie, en 6 weken voor de kunstredactie. “Ik voelde me erg thuis; het was kat in het bakkie. Aanvankelijk schreef ik vooral korte berichtjes over cursussen en zo en bewerkte ik persberichten. Later schreef ik ook langere artikelen, zoals over een man die het strafrechtsysteem op de schop wilde nemen. Men vond dat wel een goed artikel, maar volgens de vakredacteur bevatte het geen nieuws. Ik heb ook ooit zanger Ivan Rebroff geïnterviewd, en een stuk geschreven over een club die Spitfires en andere vliegtuigen uit de oorlog restaureerde. Het was mijn beste tijd, temeer daar schrijvende pers ook mijn grootste passie is. Als ze me toen een betaalde baan hadden aangeboden, had ik mijn opleiding niet eens afgemaakt.”

Anders dan anderen

Helaas raakte zijn carrière op een gegeven moment op dood spoor. Hij kreeg last van depressieve klachten en kwam in de Ziektewet terecht. Dat bleek een verlate reactie op allerlei oud zeer uit zijn jeugd. “Ik ben vroeger veel gepest, omdat ik anders was dan andere kinderen. Vaak zaten ze me achterna en wachtten ze me na school op. Daar heb ik een enorm trauma aan overgehouden. Het doet nog steeds pijn, en ik ben er nog steeds gevoelig voor. Ik wantrouw mensen. Daar komt nog bij dat ik op de mavo door de meisjes werd gepest omdat ik seksueel een laatbloeier was. Ik wist niet wat ik moest doen met al die gevoelens die ik had. Ik ben pas op mijn achtentwintigste ontmaagd door een vrouw van 45. Met haar heb ik één week een relatie gehad, de enige echte relatie die ik ooit gehad heb met een vrouw. Door dit alles voelde ik me vaak heel down. Ik ben ooit bij een fysiotherapeut in behandeling geweest, omdat mijn schouders vergroeid waren. Dat kwam doordat ik altijd maar krom liep op straat.”

Pas toen hij al lange tijd in dagbehandeling was bij GGZ Midden-Brabant, stelde een psycholoog de diagnose ‘Asperger’. “Ik was wel blij met die diagnose, omdat het een kader gaf. Ik ben er toen ook veel over gaan lezen. Zo blijken veel mensen met Asperger last te hebben van depressies. Overigens had mijn late diagnose te maken met het feit dat ik maar voor 30% Asperger heb, en veel kenmerken niet heb. Zo zijn mensen met Asperger vaak niet sentimenteel, terwijl ik dat juist heel erg ben. Wél heb ik veel moeite met non-verbale signalen: of iemand me wel of niet moet, of iemand wel of niet verliefd op me is. Daardoor beschouwde ik vaak mensen als mijn vrienden, die dat helemaal niet bleken te zijn. Ook zend ik vaak de verkeerde signalen uit. Iemand noemde me ooit arrogant, terwijl ik dat helemaal niet ben. Ook voel ik vaak niet goed aan wat goede humor is en wat niet, of ik maak grappen op de verkeerde momenten. In een sociotherapiegroep zei een jongen eens voor de grap dat hij erectieproblemen had, waarop ik zei: “Dat is ook logisch, want jij hebt een kuttekop!” Maar het omgekeerde komt ook voor. “Iemand in de groep zei eens dat hij winterdepressie had gehad en zelfmoordgedachten. Ik begon toen over lichttherapie, waarover ik net een artikel had geschreven. Hij liep toen kwaad weg, omdat hij dacht dat ik hem een loer draaide.”
Na zijn behandeling op het dagziekenhuis zocht Stefan weer naar manieren voor dagbesteding. “Via Bureau Maks [Maks biedt ondersteunende en activerende zorg aan mensen met psychosociale en/of psychiatrische problemen, SdL] kwam ik terecht op een zorgboerderij in Hapert. Drie maanden lang verzorgde ik koeien en kalfjes, mesttte de stallen uit en hielp mee als het aspergetijd was. Het bleek echter toch niets voor mij; om die reden meldde ik me ook steeds vaker ziek.” Stefan probeerde het ook even bij het RSC-GGZ, waar ze iemand zochten voor schrijfactiviteiten. Maar dat was ook niet echt wat hij zocht. “Het leek meer op een voorlichtingsbaantje dan op journalistiek werk – en dat terwijl ik in mijn opleiding al was gezakt op voorlichting. Bovendien schrijf ik liever over een breed scala aan onderwerpen dan over het relatief beperkte spectrum van de psychiatrie.”

Twaalf liedjes uit één film

Gelukkig had hij nog andere passies waar hij zijn energie in kwijt kon, waaronder muziek maken en liedjes schrijven. “Al meteen toen ik gitaar leerde spelen, begon ik liedjes te schrijven; eerst in het Engels en Frans, later in Nederlands in Fries. Ik ontdekte dat ik daar goed in was, en er ook een innerlijke behoefte aan had. Voordat ik gitaar leerde spelen, schreef ik al gedichten. Die gingen veelal over naïeve onderwerpen, zoals schuldgevoelens bij het doodtrappen van een mier. Ik ben ook extra gevoelig voor dat soort dingen. Thema’s in mijn liedjes zijn vooral de liefde, de dood en ook ziektes als kanker. ‘Veel te weinig bier’ bijvoorbeeld gaat over de dood van mijn opa, die aan kanker gestorven is. Het duurde zo lang voordat hij stierf, en met zo veel pijn, dat ik mijn geloof in God verloor – dat wil zeggen: de christelijke God. Ik geloof nog wel in een God, maar dan een God die begeleidt en niet een die creëert.” Tijdens zijn optreden op het open podium van het Kwartiermakersfestival van 2005 maakte dit liedje veel indruk. Toch kijkt hij met gemengde gevoelens terug. “Ik zou eerst 10 minuten krijgen, maar mocht uiteindelijk slechts twee nummers doen. Wel was ik blij met de positieve reacties.Van de zenuwen heb ik trouwens nog mijn vingers kapot gespeeld; het duurde een paar dagen voor ik ze weer kon gebruiken. Ik ben ook geen goede gitarist, omdat ik met twee linkerhanden ben geboren. Ik speel ook vrij ruw; iemand zei eens: ‘ik rij zoals jij gitaar speelt’. In twintig jaar ben ik niet beter geworden op de gitaar.”
“Ik ben voornamelijk tekstschrijver. Ik schrijf eerst de tekst voor een liedje, en op het ritme van die tekst maak ik dan de melodie. Mijn ideeën haal ik voornamelijk uit films. Ik pik een detail uit een film en schrijf daar een liedje op. Er komt dan spontaan een regel bij me op, en om die regel heen schrijf ik de rest. Uit ‘La double vie de Véronique’ van de Poolse regisseur Kieslowski heb ik bijvoorbeeld twaalf liedjes gehaald. Ik heb ze vorige maand allemaal in één dag geschreven; dat was wel een topdag. Het was ook wel een inspirerende film. Kieslowski let enorm veel op details, waardoor zijn films ook heel gedetailleerd zijn. Steeds moest ik de film stilzetten om weer een tekst te schrijven. Ik was toen ook net gestopt met de alcohol, en ik kreeg enorm veel ideeën. Als ik droog sta, krijg ik meer inspiratie.”
Soms vormt ook een droom een inspiratiebron. “Ik had ooit een droom over een tijdschrift dat ‘Zo kan het dus ook’ heette en dat ging over homo- en biseksualiteit. Daar schreef ik toen het liedje ‘Zo’ over. In een andere droom zat ik weer in de journalistiek – tot ik weer wakker werd. Dat deprimeerde me, en daar heb ik ook een liedje over geschreven.”

Samen met Corné Aarts, muziektherapeut bij GGZ Midden-Brabant, heeft hij onlangs zijn eerste cd opgenomen. “Er zijn meer cliënten die dat hebben gedaan; zo is er ooit een rap-cd opgenomen. Corné heeft een geluiddichte kamer waar je opnamen kunt maken. Het is allemaal op één spoor opgenomen, dus het moest allemaal live. De opnamen zijn wel over enkele jaren verspreid opgenomen. De titel van deze cd, ‘De taal van je gezicht’ (zie foto), verwijst naar een van de liedjes, over iemand die gezichtsuitdrukkingen binnen één seconde leest – iets wat ik zelf dus helemaal niet kan.” De foto op de cd is gemaakt tijdens het afscheidsconcert van de Friestalige groep Reboelje, waar Stefan twee nummers uitvoerde. Overigens wordt de cd binnenkort opnieuw opgenomen met een band erbij. Een neef van hem, die producer is, vond de geluidskwaliteit niet goed. Stefan werkt nu aan zijn tweede cd, die ‘De dag is nu’ gaat heten. Zijn artiestennaam, Moordkuil, haalde hij uit de uitdrukking ‘maak van je hart geen moordkuil’. “Dat leek me een goede artiestennaam. Al mijn liedjes komen in wezen uit een moordkuil van dingen die ik heb opgekropt, en die er tóch uit moeten.”

Terroristenkomedie

Stefan schrijft verder ook graag scripts voor films en toneelstukken. “Momenteel ben ik bezig met een script voor een horrorfilm. Een man van wie de vrouw is overleden krijgt een nieuwe vriendin, met wie hij wil gaan trouwen. Zijn gestorven vrouw ziet dat vanuit de hemel en pikt dat niet. Ze vraagt aan Jezus of hij dat niet kan voorkomen, maar volgens de Bijbel mag je een andere vrouw nemen als je eerste vrouw overleden is. Dan loopt ze over naar de hel, papt aan met de duivel en gaat vanuit de hel dat stel tormenteren. Uiteindelijk komen ze beiden om en gaan naar de hemel, terwijl die ex vastzit in de hel. Dus het loopt wel goed af. Ik hoop dat ik fantasie genoeg heb om het filmscript af te maken, en dat ik een regisseur kan interesseren.”
“Ik heb een toneelscript van 20 minuten op de plank liggen, maar dat gaat te veel over seks. Dat is waarschijnlijk geboren uit seksuele frustratie. Een bevriende regisseur vond het wel goed, maar niet uitvoerbaar. De acties in het script volgden elkaar veel te snel op; alles zat te dicht op elkaar. Verder heb ik nog een aantal dialoogjes liggen. Ik was bezig met een toneelstuk over verkrachting, tot de computer crashte en ik bovendien constateerde dat ik te weinig over verkrachting wist om er een goed toneelstuk over te schrijven. Ook ben ik ooit begonnen aan een filmscript voor een komedie over een vliegtuig met zes terroristen. Ieder van die terroristen heeft een ander doel om naartoe te vliegen, maar ze weten dat niet van elkaar af. De eerste terrorist komt de cabine binnen en zegt: vlieg naar A, vervolgens zegt de tweede: vlieg naar B, enzovoorts. Ik dacht: daar zit een film in. Maar ik kwam niet verder dan die grap, dus ik heb het maar afgeblazen.”

90% muziek – 10% teksten

Het ideaal van Stefan is een combinatie van journalistiek en muziek maken. “Momenteel ligt de verhouding op 90% muziek maken en 10% teksten schrijven. Maar dat hoop ik later uit te breiden naar meer schrijven.” Dan is het wel te hopen dat hij niet opnieuw een ‘writer’s block’ krijgt. “Ik heb ooit een ‘writer’s block van twee jaar gehad. In die periode voerde ik allerlei oude liedjes opnieuw uit, en als ik daar genoeg van kreeg, pakte ik maar weer de gitaar om wat te spelen.” Ook de eerstkomende periode moet er nog een barrière overwonnen worden. “Onlangs heb ik voor mezelf erkend dat ik alcoholverslaafd ben. Daarom heb ik binnenkort intake bij Kentron. Het wordt waarschijnlijk dagtherapie.”
Kijkend naar de toekomst zou Stefan het liefste weer in de journalistiek gaan werken, om in zijn vrije tijd muziek te maken met een band. Overigens wil hij dan als journalist over alles schrijven, behalve over muziek zelf: “Muziek, daar moet je niet over lullen, dat moet je gewoon horen!”