Je eigen keuzes kunnen maken: dat is de grote drijfveer van Tina Huismans. Dat bleek al tijdens de tijd dat ze GGZ-cliënt was. Voor haar liever eigen verantwoordelijkheid dan verstikkende afdelingsregeltjes. Sinds 1997 werkt Tina bij het Regionaal Service Centrum een cliëntgestuurd bureau dat is gehuisvest bij het Tilburgse kantoor van Zorgbelang Brabant. Daar is ze de drijvende kracht achter het Steunpunt Wonen. “Zoiets heb ik altijd gemist. Wonen was altijd een ondergeschoven kindje, terwijl het toch een deel van je leven is.”
Tina’s vroege jeugd verliep zonder noemenswaardige problemen. Dat veranderde rond haar twaalfde: ze werd depressief en kreeg last van anorexia. “Ik was bang dat ik overal dik van werd, zelfs van water. Daardoor at ik nauwelijks meer. Later sloeg het om naar het andere uiterste: vreetbuien. Omdat ik dat eten er niet uitgooide, werd ik er heel dik van.”
Toen Tina 21 was, overleed haar vader. Een jaar daarna werd ze opnieuw ernstig depressief. “Net of er een knop werd omgedraaid. Een jaar lang had ik van alles opgelost voor iedereen, en plotseling dacht ik: ik kan het niet meer. Volgens het RIAGG zat ik gewoon nog in de rouw om het overlijden van mijn vader en omdat ik me net had laten steriliseren. Ik dacht: hier klopt iets niet, maar kreeg niet helder wat er wél aan de hand was. Op een dag wilde ik thuis al mijn pillen innemen, tot ik in paniek de huisarts belde en uitriep: ‘Ik kan niet meer!’ Ik kwam een maand op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis met een vrijgevestigde psychiater. Maar nog steeds kon ik niet praten; ik zat nog helemaal vast.”
Na een mislukte zelfmoordpoging met slaappillen werd ze opgenomen op afdeling B van Jan Wier. Tot haar drieëndertigste werd ze steeds voor korte tijd opgenomen. Het was op en af: dan weer opname, dan weer dagbehandeling. “Want als je een keer lacht, denken de behandelaars al meteen dat het weer goed met je gaat en dat je weer naar huis kunt.”
“Ik zat ook negen maanden op afdeling D. Een moeilijke periode, maar wel goed voor mij. Van de psycholoog daar moest ik elke tien minuten mijn gevoel van dat moment opschrijven. Daardoor leerde ik te begrijpen wat ik voelde, iets wat me jarenlang niet gelukt was.”
Cultuurschok
“Rond mijn eenendertigste werd ik opgenomen op Jan Wierhof 5, in de nieuwbouw. Dat was een heel nare periode; echt het dieptepunt. De behandeling stond mij tegen, omdat veel dingen werden verboden en ontzegd. Acht maanden heb ik daar in de separeer gezeten, en tweeëneenhalf jaar heb ik erin geslapen.”
Op een gegeven moment kreeg Tina de keus: of naar een verblijfsafdeling, of naar de KIB (Kliniek voor Intensieve Behandeling), een onderdeel van GGZE in Eindhoven. “Ik koos voor het laatste – achteraf gezien mijn redding. Op de KIB kreeg ik meteen een cultuurschok: toen ik schreeuwde dat ik naar buiten wilde en al met een stoel wilde gaan gooien, zei een medewerker: ‘Ga dan gewoon langs de deur!’ Het binnenterrein bleek gewoon open; ik wist niet wat me overkwam. Bij Jan Wier had ik 2 ½ jaar achter een gesloten deur gezeten, en hier mocht ik ineens naar buiten! Daar moest ik erg aan wennen. Bij de KIB draait namelijk alles om je eigen verantwoordelijkheid. Daarom haalde de verpleging ook haar schouders op toen mijn zwager meldde dat er een duster met koord op mijn kamer hing. Je bent er ook veel vrijer; zo mocht ik gewoon met de fiets naar de stad. Ik kon meer mezelf zijn en ze lieten me in mijn waarde. Er werd ook echt naar me geluisterd; ik werd serieus genomen.
Al na een paar weken kwam ik tot rust. Ze vragen ook altijd belangstellend hoe het met je is. Dat zullen ze bij Jan Wier nooit doen, uit angst dat ze dan een hele litanie te horen krijgen. Bij de KIB hoefden ze ook geen afstand te houden en legden ze soms gewoon een arm om je schouder. Daar maakten ze ook geen misbruik van; iedereen was heel integer.De deuren van de medewerkers (van dramatherapeut tot psychiater) stonden ook altijd open en ze hadden altijd tijd voor je. Je mocht ze zelfs in het weekend bellen.
Bij Jan Wier was er een keten van actie-reactie, waardoor de zaak snel escaleerde. Alles was erg ingeperkt, waardoor ik ging steigeren; daardoor werd ik nog verder ingeperkt, enzovoort. Dat was bij de KIB helemaal niet; daardoor werd er ook niet met stoelen gesmeten. Dat had zijn uitwerking op cliënten. Tijdens mijn laatste jaar op Jan Wierhof 5 pleegden wel zeven cliënten zelfmoord, en in de drie jaar dat ik op de KIB zat helemaal niemand. Een wereld van verschil. De mensen die ik ken van de KIB, leven gewoon nog allemaal.”
Bijtanken op LV
“De KIB was de eerste plek waar ik me weer goed voelde. De tijd daar, van 1991 tot 1994, was de beste in mijn leven (tot ik mijn huidige man Frans leerde kennen dan!). Ik knapte erg op, waardoor ik in 1994 weer zelfstandig kwam te wonen in Rijen. Dat beviel echter niet goed: ik was eenzaam en had weinig geld om dingen te ondernemen. Wel ging ik vaak op bezoek bij een vriendin die ook op de KIB had gezeten. Ook de feestdagen brachten we samen door. Vaak zat ik eens per maand één à twee dagen op de Lokale Vestiging Baden Powelllaan om bij te tanken; dan kon ik er weer tegen. Die LV was trouwens heel anders dan de rest van Jan Wier. Ze hadden veel meer tijd en aandacht voor de cliënten. De benadering was niet zo klinisch maar lette meer op de zelfstandige kant. Dat vind ik heel belangrijk. Ik ben ook eens voor een langere periode opgenomen toen het na een operatie aan een gezwel in mijn hoofd even helemaal mis was met mij. In die tijd leerde ik mijn huidige vriend Frans kennen.”
Helpen met keuzes
In 1997 ging Tina bij het RSC-GGZ werken, waar ze een nieuw project mee opstartte: Steunpunt Wonen. “Dat trok me wel: mensen informeren over woonvormen, en ze zelf laten bekijken wat hen beviel en wat niet. Zoiets heb ik altijd gemist. Als ik zelf destijds dit soort informatie had gehad, had ik misschien gekozen voor een andere woonvorm. Wonen was altijd een ondergeschoven kindje, terwijl het toch ook je leven is. Bij de KIB heb ik geleerd om je lot in eigen hand te nemen, zelf beslissingen te nemen. Ook moet je niet kijken naar iemands ziektebeeld, maar naar wat iemand kan en wil. Daarom wil ik nu mensen helpen een goede keus te maken. Zo staat alle informatie over beschikbare woonruimte in woonmappen. Ook hebben we twee zogeheten Kwaliteitskaarten ontwikkeld: Wonen en Woonomgeving. Voor de Kwaliteitskaart Wonen heb ik op een rijtje gezet wat ik de belangrijkste punten vind als ik ergens ga wonen. Ook onze cursus Woonoriëntatie is een belangrijk hulpmiddel bij het maken van een keus. Vaak denken cliënten dat ze geen wensen hebben, maar na afloop van deze cursus is het ze toch duidelijk wat ze willen.”
Extra pluspunt is dat ze gewend is om ordelijk te werken. “Vroeger werkte ik bij het betaalkantoor binnenland van ABN Amro, waar ik me bezighield met de administratie van dividenden en effecten. Als je dan niet ordelijk bent, moet je erg veel zoeken. Ook thuis heb ik alles overzichtelijk opgeruimd.”
Gelijkwaardig in overleg
“Aanvankelijk bekeken instanties als de RIBW en woningbouwverenigingen ons argwanend, uit angst dat wij hun werk overbodig maakten. Nu krijgen we steeds meer medewerking, ook doordat we al zo lang bestaan en weten waar we over praten. Overigens heb ik me sinds de KIB nooit meer een cliënt gevoeld. Ik weet nu hoe ik in elkaar zit en hoe ik met mezelf om moet gaan. Dat heeft me sterker gemaakt.” Enkele jaren geleden waren Tina en Frans te zien in een aflevering van de serie Take Care van Omroep Brabant, onder meer tijdens een overleg met een woningbouwvereniging. “Dat die ons als gelijkwaardige beschouwde, hangt ook samen met onze eigen opstelling. Als je iets uitstraalt van: ‘ik vind het wel moeilijk en eng’, word je ook anders bejegend. Natuurlijk: ik heb met de psychiatrie te maken gehad en ook nu nog. Maar ik heb ook 10 jaar bij de bank gewerkt, en die kwaliteiten raak je niet kwijt.”
“Het leuke van het RSC-GGZ is dat er zowel mensen met een GGZ-verleden werken als mensen met een reguliere baan. Ik voel me overigens ook niet bijzonder omdat ik opgenomen ben geweest. Op de KIB maakten ze trouwens ook geen onderscheid tussen cliënten en gezonde mensen; iedereen was gelijk.Er werkt zelfs een verpleegkundige die zelf ooit opgenomen is geweest. Ik heb veel inzicht in mensen gekregen en voel snel aan wat mensen ergens van vinden. Bijvoorbeeld als iemand wel zelfstandig wil gaan wonen, maar dat nog niet goed aandurft. Regelmatig zie ik bij de RIBW mensen die de cursus hebben gevolgd en die zeggen dat ze er veel aan hebben gehad. Dan heb je wel eer van je werk.”
Tina is Steunpunt Wonen steeds trouw gebleven en ervoor blijven knokken. Vooral nu de eisen zijn gestegen en nieuwe medewerkers over bepaalde kwaliteiten moeten beschikken. “We hebben nou een mooi stelletje bij elkaar waar we een hele tijd mee verder kunnen. Als ze ons de kans geven, heb ik wel vertrouwen voor de toekomst.”
[Op verzoek van de geïnterviewde is gekozen voor een andere naam.]

