Voetbaltoernooi op slotdag festival

Ook dit jaar is het voetbaltoernooi in Oisterwijk een van de attracties van het Kwartiermakersfestival. Het toernooi vindt plaats op vrijdag 7 oktober, wederom in sportpark ‘Den Donk’.

Slotfeest Hall of Fame

Vrijdag 7 oktober van 19.00 tot 1.00 uur: slotfeest in de Hall of Fame met een verrassend en gevarieerd programma. Ontspannen muziek, alsmede een DJ, VJ, theater en lekker eten…

 

“Om te groeien, moet je met oude patronen durven breken”

Nena Hoop (*) heeft een bewogen leven achter de rug. Ze is mishandeld en emotioneel verwaarloosd en verbleef ook in een Blijf van mijn Lijf-huis. Thuis had ze te maken met incest. En pas jaren later ontdekte ze waarom haar moeder haar altijd zo haatte. Ze doet nu haar verhaal in de hoop dat iemand er wat aan heeft. “Zelf heb ik me vaak heel alleen gevoeld, en het is goed als iemand een gelijkenis kan voelen.” 

Nena, uit een gezin met 1 zusje, is emotioneel erg verwaarloosd. “Met mijn moeder was het contact erg slecht. Ze haatte me en zei dat ik net zo’n rotkop had als mijn vader. Daarnaast had ze een bepaalde jaloezie naar me die ik niet kon verklaren. En dat uitte zich in de meest rare situaties . Op mijn dertiende zette ze me vanwege iets onbenulligs het huis uit – uitgerekend op een feestdag. En met mijn vader was het nog veel erger. Door hem had ik al vanaf mijn zesde vreselijke last van angsten en nachtmerries. Af en toe ben ik nog steeds bang dat hij me zal doden. Toen mijn ouders scheidden, vluchtte mijn moeder naar een plek ver van hier. Daar werd ik veel gepest omdat ik gescheiden ouders had. Elke dag moest ik naar huis rennen, omdat anders schoolgenoten me in elkaar dreigden te slaan. Ook werden we nog steeds bedreigd door vader, die zelfs brieven stuurde met grafsteenteksten en bedreigingen. Ik ben in mijn leven wel bijna 25 keer verhuisd. Nooit voelde ik me echt veilig: noch op school of thuis. Ik stond er eigenlijk alleen voor. Alleen mijn oma en mijn lievelingsoom Frank waren mijn steun en toeverlaat. Ome Frank was er altijd voor me; bij hem voelde ik me veilig. Hij was echter aan heroïne verslaafd en nam me mee naar louche clubs. Maar ik was liever daar dan thuis.”

Dodenlijst

Rond haar dertiende zat ze in een crisisopvang. “Ik voelde me daar erg alleen en in de steek gelaten. Op mijn vijftiende ging ik helemaal op mezelf wonen. Mijn moeder betaalde mijn school en mijn kamer; want thuis en om haar heen kon ze me niet meer verdragen.
Op een dag zat een jeugdbende bij mij op de kamer speed te gebruiken. Ik was doodsbang en wist me geen raad, ik vluchtte het huis uit. Het klinkt raar, maar juist omdat het zulke linke mensen waren, voelde ik me na een tijd bij hen veilig en was ik minder alleen. Op een gegeven moment liet ik ze zelf ook binnen. Na diefstallen klopten ze ‘s nachts op mijn raam en kwamen dan naar binnen. Ook gebruikten ze me vaak als schuilplaats. Ik hoorde niet bij de jeugdbende, maar ook weer wel. Het was heel dubbel. Ze mochten wel bij mij komen, maar ik ging niet zelf op strooptocht uit. Maar het ging heel ver. Ik was getuige van steekpartijen en kreeg zelfs ooit een pistool tegen mijn hoofd. Wel hechtte ik erg aan rechtvaardigheid. Ik hielp vaak mensen die neergestoken waren door die jeugdbende. Ik legde ook getuigeverklaringen af, wat ik vanwege mijn veiligheid beter niet had kunnen doen. Ik kreeg doodsbedreigingen en hoorde van de politie dat ik zelfs op een dodenlijst stond. Ik moest toen vluchten naar mijn oom en tante en zat daar een half jaar als pleegkind. Totdat ik jaren later de vader van mijn dochter leerde kennen. Uit die relatie werd een dochter geboren. Ik werd echter zes jaar lang door mijn vriend emotioneel en lichamelijk mishandeld. “Hij zei: jij bent geboren om mishandeld te worden; zelfs je eigen ouders moeten je niet.” Op een dag wilde hij me ook slaan terwijl ik mijn dochter in mijn handen had. Ik pakte toen mijn spullen en ging naar een blijf-van-mijn-lijfhuis. Vanwege mezelf kon ik hem niet verlaten, maar wel vanwege mijn dochter. Al na 4 weken kreeg ik met urgentie een huis toegewezen in de omgeving van waar mijn oom en tante woonden.”
In 2002 kreeg ze verkering met een jeugdvriend, die echter een grote crimineel bleek te zijn. “Ik wist wel dat hij dealde, maar niet op welke grote schaal. Ook heb ik wapens en drugs bij mij in huis verstopt gevonden. Zelf was ik vanaf mijn zestiende een ‘weekend-junkie’. En toen ik in 1994 in dagbehandeling kwam bij Jan Wier, moest ik een speciaal contract tekenen dat ik geen drugs mocht gebruiken. Maar toen in 2004 de verkering uitging, stopte ik met alle drugs en nam ik afstand van die wereld.”

Muziek als uitlaatklep

De problemen lieten haar niet onberoerd. Al op haar zevende werd ze onderzocht door het RIAGG. Geen pretje overigens, met tien behandelaars om haar heen. “Verder was ik al sinds mijn negende suïcidaal. De dokter stelde toen voor het eerst vast dat ik depressief was.
Ik had ook last van suïcidale gedachten, maar durfde destijds niets te ondernemen omdat ik bang was dat ze me niet zouden vinden. Op latere leeftijd heb ik een aantal zelfmoordpogingen gedaan omdat ik mezelf zo waardeloos vond. Ik voelde me alleen en dacht steeds ‘als mijn eigen ouders me al niet willen…’ Dit was me natuurlijk aangepraat , maar ik begon het wel te geloven. Het enige waar ik nog plezier aan beleefde, was muziek. Muziek is voor mij altijd een uitlaatklep geweest. Ik speelde een instrument en heb ook in een bandje gezongen. Voor elke emotie heb ik passende muziek: bij bepaalde muziek voel ik me heel goed, bij andere juist heel slecht.”
In 2004 begon ze met Linehan-therapie. “Daar heb ik veel aan gehad. Ik heb minder suïcidale gedachten, en mijn crisisvaardigheden en intermenselijke effectiviteiten zijn verbeterd. Ook herstel ik nu sneller. Vroeger was ik wekenlang depressief, nu maar een paar dagen. Ook volgde ik een VERS-training (Vaardigheidstraining Emotie Regulatie Stoornis), omdat ik (waarschijnlijk door verdrongen oud zeer) veel last had van plotselinge woedeaanvallen. Dat had echter weinig resultaat. Vervolgens ging ik in dagbehandeling bij Jan Wier. Eerst in groep A, gericht op de toekomst. Ik was echter met iedereen bezig, behalve met mezelf. Daarna ging ik naar groep E (gericht op angsten en trauma’s door je eigen jeugd en opvoeding, zoals PTSS of borderline). Het kostte echter moeite om over mijn levensloop te vertellen; dat voelde als verraad aan mijn moeder. Omdat ik toch wat dingen van vroeger wilde weten, ging ik naar een instelling voor hulp en advies aan ongehuwde moeders, waar ik vroeger wekelijkse gesprekken had. De therapeut begon toen over seksueel misbruik. Ik kon me dat wel herinneren van mijn vader en zijn vader, mijn opa dus. Maar toen vertelde ze dat ik net als mijn moeder slachtoffer was van haar vader. En omdat mijn moeder erachter kwam dat het bij mij ook gebeurde, heeft ze een bepaalde haat naar mij ontwikkeld. Ineens realiseerde ik me dat het niet door mij kwam dat mijn moeder niet van me hield, maar dat het aan de situatie lag. Toen kwam bij mij de ommekeer; binnen een half jaar was ik klaar met mijn therapie.”

De boel doorbreken

Hoewel Nena volgens een test een hoog IQ heeft, is ze door alle problemen nooit echt aan studeren toegekomen, op de vakopleiding ‘verkoop’ na. “Nu wil ik eindelijk eens gaan studeren en iets voor mezelf doen. Ik wil nu de TOED gaan doen (opleiding voor ervaringsdeskundigen) en een vaardigheidstraining om mensen te begeleiden. Ik zie dat als beloning: ik functioneer weer in de maatschappij. Een oud-therapeut heeft me gevraagd om iets te vertellen voor een groep mensen. Best moeilijk, maar ik vind dat je de confrontatie met je angsten moet aangaan. En om te groeien, moet je oude patronen durven doorbreken. Omdat ik uit het negatieve patroon durfde te stappen, zei een oom ooit: ‘je bent geboren om de boel te doorbreken’.
Tot nog toe heb ik nooit een normaal leven kunnen leiden. Ik wil nu echter wél gewoon meedoen. Ook wil ik mijn dochter wél een normale jeugd geven, want mijn gezin komt op de eerste plaats. “Doordat mijn moeder me altijd emotioneel verwaarloosd heeft, heb ik hechtingsproblemen. Ook mijn dochter heeft last van hechtingsproblematiek, ze heeft moeite met het aangaan van intimiteit. Met haar heb ik een heel hulpverleningstraject doorlopen, zoals het Boddaertcentrum (hulp bij ontwikkelings- en gedragsproblemen) Ze leert nu dat de band vader-moeder-kind normaal is.”
Vanwege PTSS en fibromyalgie (reuma in de weke delen) zit ik al 11 jaar met pijnklachten in de WAO. Door de medicatie voor fibromyalgie  kreeg ik een psychose. Daardoor ging het even helemaal fout. Ik wil nu echter de WAO uit en mijn eigen gang gaan zonder me steeds financieel te moeten verantwoorden. Ik wil graag studeren en werken, als het maar een baan met veel liefde is, waarbij ik mensen op geestelijk gebied kan helpen.”

Energie

Toen Nena zich wilde gaan verdiepen in ervaringsdeskundigheid, wees haar behandelaarster haar op het RSC-GGZ, waar een van de projecten nog mensen bleek nodig te hebben. Dat vond ze een mooi opstapje, en ze werkt daar nu sinds een paar maanden. Ook hoorde ze van de cursus ‘Werken met eigen ervaring’; dat vond ze een prachtcombinatie. “Voorheen had ik nog nooit gehoord van ervaringsdeskundigheid, maar toen ik het hoorde, dacht ik: dat is echt iets voor mij. Ik krijg er ook energie van. Temeer daar ik in de groepstherapie veel dingen heb geleerd die ik wil doorgeven.”
Net als de drang om te overleven heeft ze ook de drang om mensen te helpen, bijvoorbeeld als begeleidster in de psychiatrie. “Omdat ik zelf veel heb meegemaakt, ben ik daar ook goed in. Zo heb ik een groot inlevingsvermogen. Ook kan ik warmte geven; ik wil aan mensen geven wat ik zelf heb gemist. Een therapeut vond het knap dat ik zoveel liefde kan geven, terwijl ikzelf zo weinig liefde heb ontvangen. Sinds kort kan ik nu ook dingen ontvangen. En hoewel ik veel heb meegemaakt, ben ik altijd opgewekt gebleven. Ik ben altijd een lolbroek geweest. Ik heb geleerd om bij crisis tegengesteld te handelen; dan ga ik naar de winkel of prikkel mijn zintuigen met een geurig bosje bloemen. Dat alles heeft me er wel uitgehaald. Wees lief voor jezelf en doe elke dag iets leuks!”

(*) Op verzoek van de geïnterviewde is gekozen voor een verzonnen naam.